Ruzie met je puber.

Ruzie met je puber! Je dochter scheldt je uit voor ‘Kutmoeder’ of ‘lul’. En natuurlijk ben je boos. Dit is niet hoe ze met jou om kan gaan! Maar je weet wat er gebeurt als je dan boos reageert of ook scheldt. Geruzie en een slaande deur. En je weet ook hoe je dan haar minachting voelt. Minachting omdat je je zo gemakkelijk op de kast laat jagen. Al zeg je het niet hardop, die boodschap komt wel binnen! En door dit soort geruzie blijft je dochter je steeds weer uitschelden. Een pedagogische vraag is dan: hoe help je je puber aan een gezonde zelfbeheersing? Wat is de route van schelden naar opvoeden?

Er is een grens

Het ligt voor de hand, dat je je grenzen aangeeft. Je wilt niet dat ze je uitscheldt. Dus is het vanzelfsprekend dat je dat punt even maakt. Kwestie van gezond zelfrespect. Je zou kunnen reageren met: ‘(naam dochter), ik vind mezelf geen kutmoeder (of lul). En ik vind het ook niks als je mij zo noemt.’ Je puber weet nu dat je dit niet wilt. Klaar.

Wat is er aan de hand?

Maar nu sta je nog wel tegenover elkaar. Om het schelden uit te laten doven moet je ook weer dichter bij elkaar komen. Dat zal een uitdaging zijn op het moment dat je uitgescholden wordt. Je moet dus rustig zien te blijven. (Óf een moment kiezen waarop je weer rustig bent.) In ‘the heat of the moment’ is het moeilijk opvoeden.

Momenten waarop het heftig botst zou je kunnen zien als dé momenten waarop je aan de slag kunt met opvoeden. Dit zijn momenten waarop je dochter kan oefenen met het aangaan van verschillen zonder een ander af te branden. Het vergroot haar weerbaarheid enorm als ze dit onder de knie krijgt. Dus, wees blij dat dit soort momenten voorbij komen omdat je die dan een pedagogische draai kan geven!

Je zou haar bijvoorbeeld kunnen vragen: Wat moet een 45 jarige vrouw eigenlijk doen om een kutmoeder genoemd te worden? (Of wat moet een 48 jarige man eigenlijk doen om een lul genoemd te worden.) En vervolgens laat je je dochter vertellen wat haar zó frustreert.

Dat je dochter je uitscheldt, kan aanleiding worden om elkaar juist beter te gaan begrijpen. Ondanks dat je uitgescholden wordt, kan je je toch blijven afvragen wat hier aan de hand is. Probeer het van haar kant te begrijpen. Begrijpen hoeft immers nog niet te zeggen dat je het ook goedkeurt. Waar heeft haar boosheid mee te maken? Je vragen nodigen je dochter uit om te vertellen waarom ze zó gefrustreerd is. Het zou zomaar kunnen zijn dat ze ergens wel een punt heeft en dat jullie elkaar daarin vinden of ergens in het midden uitkomen. Zó, dat is dan alvast de wereld uit.

Volgende keer…

En tenslotte wil je voorkomen dat je dochter volgende keer weer gaat schelden. Beter nog, hoe help je je puber aan een gezonde zelfbeheersing? Neem daarom weer het initiatief en doe een voorstel dat ertoe bijdraagt dat het volgende keer niet zo uit de hand loopt. Ondertussen zal je dochter je wél willen volgen. Je hebt haar immers ook gevolgd. Je hebt haar frustraties serieus genomen. Je zou bijvoorbeeld kunnen voorstellen: ‘Hé, als je volgende keer geïrriteerd raakt, geef me dan eens een ander signaal. Wat dan ook, bijvoorbeeld dat je zegt dat je kleine teen kriebelt. Dan weet ik dat we even rekening met elkaar moeten houden. Want dat wil ik ook.’

Op deze manier kan je dochter ervaren dat je het lang niet altijd met elkaar eens hoeft te zijn. Ook kan je dochter ervaring opdoen met het aangaan van verschillen, met het innemen van het perspectief van een ander (wat lastig is voor pubers!) en met het spel van geven en nemen om er samen uit te komen.

Toen mijn kinderen puberden, was dit een regelmatig gehoorde zin aan tafel: ‘Pap, mijn teen begint te kriebelen…’ 🙂 En dan was het weer tijd om op de irritaties in te gaan…

Facebooktwitterlinkedin

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*